SpaarVUT
Als een werknemer langer doorwerkt, wordt zijn uitkering hoger.
Een voorbeeld:
Als u werknemer uittreedt op de leeftijd van 61 jaar, krijgt hij volgens de vaste tabel van de VUT-regeling vier jaar (48 maanden) uitgekeerd. Als hij besluit nog twee jaar langer door te werken, krijgt hij nog maar twee jaar (24 maanden ) een uitkering. Logischerwijs wordt de hoogte van de uitkering dan ongeveer verdubbeld. Het eigenlijke bedrag wijkt hier iets vanaf, omdat in de actuariële tabel ook sterftekansen en rente worden berekend.
De uitkering wordt per maand uitbetaald tot het moment waarop hij 65 wordt. Na zijn 65e ontvangt uw werknemer AOW van de overheid en een pensioenuitkering uit zijn huidige pensioenregeling.
